zaterdag 6 februari 2010

Einde Angelsaksische zakencultuur opent weg naar authentiek leiderschap.


Met de verhoren van de commissie-De Wit zijn we allemaal getuigen van de excessen van de Angelsakische zakencultuur en de aandeelhoudersrevolutie die vijftien jaar geleden begon. In de vroegste stadia droeg de druk die aandeelhouders uitoefenden bij aan de versterking van de concurrentiepositie van ondernemingen: bedrijven bezuinigden op onnodige onkosten, winstgevendheid werd vergroot en de cashflow nam toe. Uiteindelijk werd het kapitalisme slachtoffer van zijn eigen succes. In plaats van traditionele en meer principiële maatstaven als duurzame groei en continuïteit, rendement op investeringen, etc. werd het voldoen aan de verwachtingen van beursanalisten het criterium voor succes.



Er werd steeds vaker bezuinigd op investeringen om de winstdoelstellingen te realiseren, waardoor het groeipotentieel van bedrijven werd beperkt. Hiertoe aangezet door speculanten en beursanalisten bleven de verwachtingen maar stijgen, terwijl steeds meer bedrijven worstelden om hun cijfermatige doelen te halen. Bedrijven die de magische winstcijfers waar maakten of zelfs overtroffen werden gul beloond met ridicule koerstijgingen, terwijl goede bedrijven die hierin tekortschoten, buitensporig werden afgestraft, zelfs als zij substantieel groeiden. Veel CEO's werden vervangen en het is dus geen wonder dat zittende bonzen tot het uiterste gingen om de aandeelhouders tevreden te stellen. Maar omzetten en winsten kunnen niet eeuwig blijven stijgen, vooral niet in situaties van economische neergang, na gebeurtenissen als 9/11 of de recente crisis.


De afgelopen vijf jaar zijn aandelenopties veranderd van bescheiden extraatjes in megabeloningen voor topmanagers, met name CEO's. Omdat opties geen gevolgen hadden voor de cashflow en niet werden ingeruild voor winsten, beschouwden veel managers en RvB deze beloningen als 'gratis'. Het gevolg hiervan was dat CEO's zich vrijwel uitsluitend richtten op het opvoeren van de koers, wat daar ook voor nodig was. Als men zich realiseerde dat hun winsten zo niet konden voortduren, verzilverden veel CEO's hun opties met enorme winsten, net voordat het aandeel van hun bedrijf kelderde.
Ook het grote publiek speelde een belangrijke rol in deze teloorgang. Door de CEO's te idealiseren, hebben we deze tot helden gemaakt. Rijkdom werd verward met succes en image met leiderschap. Nu is duidelijk dat deze 'helden' hun eigen zakken vulden ten koste van hun aandeelhouders, terwijl ze de pensioenen en spaargelden van duizenden mensen hebben verspeeld. Nina Brink, Ken Lay, Bernie Ebbers, Dennis Koslowski en Rijkman Groenink waren voor hun val het onderwerp van intense bewondering door de media. Precies 1 jaar voordat hij geboeid werd afgevoerd naar de gevangenis, noemde Business Week Koslowski 'CEO van het jaar', omdat hij eerste stond op de 'Ninty Fifty'-lijst van beurstoppers in het tijdschrift. Deze groep van CEO's hebben samen meer dan 500 miljard euro aan aandeelhouderswaarde vernietigd.
In de Volkskrant van zaterdag 6 februari wordt in het artikel 'De Angelsaksische wind blies respect omver' beschreven hoe de ABN AMRO in de greep kwam van de anglo-amerikaanse zakencultuur en hoe de principes uit de tijd van Kalf, teamwork, respect en integriteit overboord werden gezet en werden vervangen door hebzucht onder narcistische en ego-gedreven leiders.


In reactie op de crisis en de oorzaken van de problemen, worden nu nieuwe wetten en regels ontwikkeld om de mazen in het net te dichten. Maar hoewel een aantal veranderingen in de wetgeving passend en nodig is, wordt het probleem waar het eigenlijk om draait niet aangepakt. Het is namelijk onmogelijk om integriteit, rentmeesterschap en goed bestuurd te reguleren. We zijn helaas de leiders, die excellente ondernemingen voor de lange termijn hebben gebouwd, uit het oog verloren. De lessen die we kunnen trekken uit de geschiedenis zoals die van 3M, Coca-Cola, Johnson & Johnson, GE, Pfzier en Procter Gamble zijn verloren gegaan in de haast om de beurskoersen op te jagen. We zijn vergeten dat diegenen onder ons die het geluk hebben dat ze leiding mogen geven aan grote bedrijven, rentmeesters zijn van een erfgoed dat ze van hun voorgangers hebben gekregen en dat ze dienaars zijn van de stakeholders van hun ondernemingen.


De les die we uit deze crisis moeten trekken, is evident: als we mensen vooral selecteren op hun charisma en hun vermogen om op korte termijn koersen te doen stijgen, en niet op hun karakter, en we hen overladen met buitensporige vergoedingen, waarom zijn we dan verbaasd als blijkt dat deze leiders tekortschieten in integriteit?
We hebben geen behoefte aan leiders die in hun streven naar zelfverrijking ondernemingen om zeep helpen. We hebben geen behoefte aan beroemdheden die leidinggeven aan onze bedrijven. En we hebben ook geen behofte aan meer controle en regelgeving, laat staan complexe wetgeving.


We hebben authentieke leiders nodig, zeer integere mensen, die zich inzetten voor de opbouw van duurzame organisaties. We hebben excellente leiders nodig die sterk doelgericht zijn en die onder alle omstandigheden hun kernwaardentrouw blijven. We hebben leiders nodig die de moed hebben om hun bedrijven zo in te richten dat ze tegemoet komen aan de behoeften van alle stakeholders. Dus niet alleen de aandeelhouders, maar vooral ook de klanten en de medewerkers. En authentieke leiders zullen altijd het belang van hun bijdrage aan de samenleving onderkennen. Een echte authentieke leider bij de Shell durft aan de orde te stellen dat een nog groter deel van de omzet van Shell, die groter is dan het BNP van meer dan 150 landen in de wereld, aangewend zou moeten worden voor effectieve hulp aan mensen in de landen waar de grondstoffen met duizelingwekkende vaart uit de bodem verdwijnen.


Steeds meer leiders worstelen met onzekerheden en ze zijn op zoek naar meer zingeving en principiële waarden. Onder leiders hoor je steeds meer vragen als:
  • Wat is het doel van mijn leiderschap? Wil ik mijn talenten echt inzetten voor het bedrijf waar ik nu werk?
  • Hoe vind ik een nieuwe baan waarin ik echt het verschil kan maken en dat mijn authentiek leiderschap op waarde weet in te schatten?
  • Moet ik mijn persoonlijke kernwaarden nog langer verkwanselen bij mijn huidige werkgever, die de organisatie aanstuurt op basis van een set spreadsheets en uitsluitend oog heeft voor de korte termijn doelstellingen?
  • Hoe kan ik trouw blijven aan mijn waarden als de druk om compromissen te sluiten zo groot is?
  • Hoe breng ik de tegengestelde behoeften van mijn klanten en mijn werknemers in balans met de eis om winstcijfers te produceren?
  • Kan ik als leider nauwe relaties met mijn ondergeschikten aangaan en toch mijn doelen bereiken?
  • Heb ik als leider van een onderneming ook verantwoordelijkheden ten opzichte van onze samenleving, het milieu, de duurzaamheid van onze planeet, de kloof tussen arm en rijk? Wat kan en moet ik daaraan doen?
Er zijn geen eenvoudige antwoorden op deze vragen, maar dat mag geen reden zijn om er niet naar te zoeken. Het grote verschil tussen de oude en komende generatie leiders is dat de nieuwe helden van morgen antwoorden op deze vragen willen voordat ze zich aan een bedrijf of loopbaan verbinden.


We moeten nu meer nadenken dan ooit over deze onderwerpen. We moeten weer op een betere manier leiding gaan geven, en wel door een missie na te streven vanuit de juiste visie, volgens eigen waarden te leven en duurzame resultaten te behalen voor alle stakeholders.


En als we het niet uit onszelf doen, dan zullen onze medewerkers ons hiertoe dwingen. En het geschenk kwam deze week uit Duitsland, waar een van de grootste bedrijven van het land de samenwerking met zijn hoofdbankier heeft beëindigd omdat het niet langer zonder morele verantwoordelijkheid wilde samenwerken.


"Iets zette mijn ziel in vuur en vlam,
Een koorts of onvermoede vleugels,
En ik ging mijn eigen weg,
Terwijl ik dat brandende vuur ontcijferde".


-Pablo Neruda







Geen opmerkingen:

Een reactie posten