Volgende week staat een nieuwe Europese top gepland en de focus is primair gericht op het bestrijden van de symptomen en niet van het echte probleem. Natuurlijk is de schuldencrisis een serieuze bedreiging voor onze economie en welvaart, maar daaronder liggen structurele problemen, die niet met extra geld worden opgelost en die in de toekomst voor instabiliteit blijven zorgen als er geen fundamentele keuzes worden gemaakt. En het vreemde is dat niemand hierover praat, laat staan discussieert.
Globalisering, natiestaten of democratisch bestel?
De kern van het probleem ligt besloten in het niet maken van keuzes uit wat we willen, namelijk streven we naar een verder gaande globalisering en meer vrije wereldhandel, en/of willen we de natiestaat met zijn soevereiniteit handhaven en/of willen we onze huidige vorm van democratie handhaven?
Het blijven streven naar handhaving van de drie ambities zal leiden tot een negatieve spiraal en een zware economische crisis die op termijn kan leiden tot een situatie die lijkt op het interbellum. Dit zal extreem-rechts in Europa in de kaart spelen en tot meer sociale onrust leiden. Landen blijven een nationale politiek voeren ten koste van de internationale samenwerking en dat gaat ten kosten van de handel en de globalisering. Hierdoor verergert de crisis en wordt er impliciet een keuze gemaakt voor de natie en voor handhaving van het huidige democratische systeem, maar tegen de globalisering.
De paradox van de globalisering
In de kern hebben de Europese leiders niet begrepen wat de consequenties waren van het vormen van een monetaire unie. Globalisering, het handhaven van natiestaten en democratische politiek gaan namelijk niet samen. Als je de democratische politiek en de natiestaat belangrijk vindt en wilt handhaven, dan moet je het land beschermen tegen de vrije wereldhandel die dan een bedreiging vormt, waardoor de globalisering zal afnemen.
Een land als Nederland, dat afhankelijk is van vrije wereldhandel en veel voordeel heeft bij de globalisering (export en import liggen beide rond de 70%) en die ook de natiestaat wilt handhaven, moet offers brengen binnen het democratische systeem. Een deel van de macht zal aan een internationaal orgaan overgedragen moeten worden om de globalisering in goede banen te leiden. In een globaliserende wereld zijn de mogelijkheden voor een nationale economische politiek beperkt.
We moeten van de natiestaten af wanneer we globalisering willen in combinatie met een democratische politiek, omdat alleen op een supranationale niveau de balans met de globalisering kan worden gehandhaafd.
Het probleem op dit moment is dat Europa, met Merkel en Sarkouzy voorop, dit trilemma ontkent. Men veronderstelt dat je de euro kunt handhaven zonder centrale Europese mechanismen en instituten om economische problemen in individuele Europese landen op te lossen. Amerika is een mooi voorbeeld, met een federale bank voor alle staten en met een centrale regering die de economie in de staten kan stimuleren.
Maar landen als Italië en Griekenland kunnen nu geen kant op en staan binnen Europa onder curatele met technocraten aan het roer. De Europese bank geeft nauwelijks rugdekking en de steun uit Brussel helpt niet bij het op gang brengen van de economie en het bestrijden van de werkeloosheid. Feitelijk houdt Europa Griekenland en Italië aan het infuus, zonder de patiënt een kans op herstel te bieden.
Griekenland uit de eurozone?
Het probleem is zo groot geworden dat het beter is wanneer Griekenland op een zachte manier de eurozone verlaat. 9 december is de laatste kans om dit scenario te voorkomen, maar dan moeten de Europese leiders wel een keuze maken binnen het Europese trilemma. Dit lijkt niet waarschijnlijk, omdat de politiek tot nu toe uitsluitend reactief is geweest, zonder de echte problemen in Griekenland en de andere zwakkere Europese landen aan te pakken.
Het risico bestaat ook nog dat het vertrek van Griekenland uit de eurozone minder soepel verloopt en dan zijn de problemen voor het land en Europa niet te overzien. De financiële markten gaan dan op slot, tegelijk met de mogelijkheden van economische groei.
Maar zelfs wanneer het vertrek van Griekenland ordentelijk verloopt, is het trilemma van Europa niet opgelost. Want als Duitsland en Frankrijk dezelfde munt blijven voeren, is een politieke integratie meer dan gewenst om de economische afstemming van beleid tot stand te brengen. En met Griekenland buiten de unie zal dat een stuk eenvoudiger zijn, dan met Griekenland binnen de EU.
Het risico dat nu dreigt voor Europa is dat landen met elkaar gaan concurreren met lage belastingen en voordelige vestigingsvoorwaarden voor bedrijven. Dat zal de legitimiteit van de vrijhandel uithollen.
Globalisering leidt tot meer ongelijkheid
Natuurlijk levert de globalisering veel economische voordelen op, maar tegelijkertijd ontstaat er veel oppositie omdat de voordelen zeer ongelijk worden verdeeld. Bedrijven in een bepaalde sector zien hun winsten exorbitant stijgen, terwijl bedrijven in andere sectoren massaal de poorten zullen sluiten. Hoogopgeleid vermorzelt zo dadelijk de lager opgeleiden.
Globalisering leidt ook tot oneerlijke concurrentie tussen landen met arbeiders die het recht hebben om zich te organiseren en landen waar dat niet het geval is. Als we dit soort ongelijkheden niet oplossen, ondermijnen we de legitimiteit van de globalisering. Het zelfde kan worden gesteld met betrekking tot beleid op het gebied van milieu, belastingen en handelsbeperkingen. Zolang er nog geen acceptabel mondiaal beleid is om de ongelijkheid te bestrijden, is het beter om de globalisering een versnelling lager te zetten, anders gaan de nadelen de overhand krijgen en vluchten landen terug in protectionisme.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)


Geen opmerkingen:
Een reactie posten